Wat betekenen P, A, S en M op een camera?
P, A, S, M. Elke camera heeft ze en niemand legt ze uit. Het is geen ladder van beginner naar expert, maar vier manieren om één taak te verdelen.
Er zijn maar drie getallen
De helderheid van een foto komt uit precies drie dingen: diafragma (hoe wijd het objectief opent), sluitertijd (hoelang de sensor licht verzamelt) en ISO (hoe sterk dat licht wordt versterkt).
Zet alle drie vast en de helderheid ligt vast. De vier letters zeggen alleen wie wat vastzet.
De vier standen
- P — Programma. De camera kiest diafragma en sluitertijd. De rest blijft van jou: scherpstelling, witbalans, belichtingscorrectie. Als het moment belangrijker is dan de instellingen.
- A — Diafragmavoorkeuze. ★Jij kiest het diafragma, de camera de sluitertijd. Als het je om achtergrondonscherpte gaat. In deze stand woont het merendeel van de fotografen.
- S — Sluitervoorkeuze. Jij kiest de sluitertijd, de camera het diafragma. Als het om beweging gaat: een rennende hond bevriezen of een waterval tot zijde trekken.
- M — Handmatig. Je kiest allebei. Als het licht niet verandert en elk beeld gelijk moet zijn, of als de camera het blijft missen.
A en S zijn geen halve maatregelen. Je kiest het ene waar de foto over gaat en laat de rekensom aan de camera.
Wat moet je echt gebruiken?
Begin in A. De meeste foto's worden bepaald door hoeveel van de scène scherp is, en A legt dat in jouw handen terwijl de camera de helderheid bewaakt.
Schakel naar S zodra er iets beweegt en de beweging het punt is. Naar M als je merkt dat de camera van gedachten verandert tussen beelden die gelijk moeten zijn.
ISO ligt onder alle vier
In elke stand kan ISO automatisch of vast zijn. Laat hem automatisch terwijl je leert, met een bovengrens zodat hij niet in zware ruis klimt.
Lensmera zet dezelfde vier letters op hetzelfde wiel dat een echte camera gebruikt, en laat zien welk getal de camera zojuist voor je koos.